ECLI:NL:GHAMS:2016:5015
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H.C. van Ginhoven
- H.M.J. Quaedvlieg
- J.W. Moors
- Rechtspraak.nl
Nietigheid oproeping in hoger beroep wegens niet-uitreiking aan verdachte in vreemdelingenbewaring
In deze strafzaak was de verdachte ten tijde van de oproeping in hoger beroep gedetineerd in vreemdelingenbewaring in Detentiecentrum Zeist te Soesterberg. De oproeping, hoewel verzonden naar het detentiecentrum met een Poolse vertaling, is per abuis niet persoonlijk aan de verdachte uitgereikt. Volgens de wet moet een oproeping aan een verdachte die zijn vrijheid ontnomen is, persoonlijk worden betekend.
De advocaat-generaal vorderde daarom nietigheid van de oproeping. Het hof stelde vast dat de oproeping niet op de voorgeschreven wijze was betekend, aangezien de uitreiking niet persoonlijk aan de verdachte had plaatsgevonden. De verdachte was niet verschenen en zijn raadsman had laten weten dat het contact met de verdachte was verbroken en dat hij niet zou verschijnen.
Gezien deze omstandigheden verklaarde het hof de oproeping in hoger beroep nietig. Dit betekent dat het hoger beroep niet ontvankelijk is vanwege een procedurele tekortkoming in de oproeping, waardoor de zaak niet inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: De oproeping in hoger beroep is nietig verklaard vanwege niet-uitreiking aan de verdachte in vreemdelingenbewaring.