Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
3.Beslissing
29 maart 2016 te 13.00 uur met inachtneming van het hiervoor onder 2.5 en 2.6 overwogene;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Noord-Holland. Zij betwisten dat zij niet te goeder trouw zijn geweest en stellen dat de schulden zijn ontstaan tussen 1999 en eind 2011, niet in 2013-2014 zoals vermeld op de schuldenlijst.
Het hof overweegt dat appellanten verantwoordelijk zijn voor de juistheid van de schuldenlijst en dat zij aannemelijk moeten maken dat zij te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. Deze onderbouwing ontbreekt echter. Wel acht het hof het passend appellanten een nieuwe kans te geven om met concrete stukken inzicht te geven in de schulden, hun ontstaansdata en het genoten inkomen.
Daarnaast wordt appellanten gevraagd in te gaan op de vraag of sprake is geweest van overbesteding. Ook dient appellant sub 2 een schriftelijke verklaring te overleggen over zijn succesvolle behandeling van zijn verslaving. De zaak wordt aangehouden tot 29 maart 2016 om appellanten in de gelegenheid te stellen aan deze voorwaarden te voldoen.
Uitkomst: Het hof houdt het hoger beroep aan en geeft appellanten gelegenheid om nadere stukken te overleggen ter onderbouwing van hun verzoek tot schuldsanering.