ECLI:NL:GHAMS:2016:4676
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis poging tot oplichting ondanks verweer identiteit
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 21 mei 2014 bevestigd in een zaak betreffende poging tot oplichting. Verdachte werd ervan beschuldigd een lening aan te vragen met gebruik van zijn identiteit en handtekening. De verdediging stelde dat iemand anders mogelijk zijn identiteit en handtekening had gebruikt, maar dit alternatieve scenario werd door het hof niet aannemelijk geacht.
Het hof oordeelde dat de door de verdediging aangevoerde argumenten en producties slechts algemeenheden bevatten en geen concrete aanwijzingen voor het specifieke geval van verdachte. Hierdoor werd het verweer terzijde geschoven. De advocaat-generaal erkende dat de redelijke termijn was overschreden en stelde een lagere straf voor, maar het hof handhaafde de door de rechtbank opgelegde taakstraf van 60 uren.
De lange duur van de procedure werd grotendeels veroorzaakt door de verdediging, onder meer door het niet nakomen van afspraken voor een handtekeningenonderzoek. Gezien de ernst van het feit zag het hof geen reden tot strafvermindering. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 november 2016.
Uitkomst: Bevestiging taakstraf van 60 uren voor poging tot oplichting ondanks verweer identiteit en lange procedureduur.