ECLI:NL:GHAMS:2016:4645
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming wegens onvoldoende aannemelijkheid hoofdverblijf woning
De Stichting Ymere vorderde in kort geding ontruiming van een woning die sinds 1996 wordt gehuurd door geïntimeerde. Ymere stelde dat huurder de woning niet langer als hoofdverblijf gebruikte en deze structureel aan derden onderverhuurde, wat in strijd is met de huurovereenkomst. Diverse huisbezoeken en meldingen van buren ondersteunden dit standpunt, waarbij wisselende personen de woning bewoonden en de huurder zelf nauwelijks werd gezien.
Geïntimeerde betwistte dit en stelde dat hij de woning wel degelijk als hoofdverblijf gebruikt, maar veel tijd besteedt aan zijn ondernemingen en vrijwilligerswerk. De personen die in de woning verbleven zouden gasten zijn uit zijn netwerk van politieke vluchtelingen. Ook gaf hij aan dat de woning sober is ingericht vanwege eerdere waterschade en dat hij zijn post ontvangt op het adres.
Het hof oordeelde dat in kort geding geen diepgaand onderzoek kan plaatsvinden en dat Ymere onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat huurder zijn hoofdverblijf heeft opgegeven. De gemotiveerde betwisting van huurder maakte nader onderzoek noodzakelijk, wat in deze procedure niet mogelijk is. Daarom werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en de vordering tot ontruiming afgewezen.
Ymere werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 15 november 2016.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat huurder zijn hoofdverblijf heeft opgegeven.