Uitspraak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Motivering vrijspraak
feitelijke vaststellingen
beoordeling
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd, maar met een andere motivering voor de vrijspraak van het ten laste gelegde feit van mensenhandel. De verdachte werd ervan verdacht de aangeefster, een jonge vrouw die als prostituee werkte, te hebben uitgebuit door misbruik te maken van zijn overwicht en haar kwetsbare positie.
De advocaat-generaal stelde dat de verdachte de aangeefster had gedwongen tot prostitutie en het afstaan van haar inkomsten, gesteund door verklaringen van het slachtoffer, getuigen en sms-berichtenverkeer. De verdediging betoogde dat de verdachte niet heeft gedwongen en dat de aangeefster vrijwillig handelde.
Het hof oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de verdachte een zodanig overwicht had of dat de aangeefster zich in een kwetsbare positie bevond zoals bedoeld in artikel 273f Sr. De verklaringen, sms-berichten en omstandigheden wezen eerder op een vriendschappelijke relatie zonder dwang. Het hof vond onvoldoende bewijs voor misbruik van overwicht of dwang en sprak de verdachte vrij van mensenhandel.
Daarnaast verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk voor een ander ten laste gelegd feit, omdat daarvoor geen belang bestond. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 juli 2016.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mensenhandel wegens ontbreken van misbruik van overwicht en kwetsbare positie van het slachtoffer.