Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ORGANISATIE VOOR BEWINDVOERING EN INSOLVENTIE NEDERLAND (OBIN) B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van appellante,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst en de ontruiming van een woning centraal, waarbij de huurder een schuldsaneringsregeling had lopen. Het hof bevestigde dat de huurder een aanzienlijke huurachterstand had opgebouwd, ondanks dat zij haar lopende huurbetalingen correct nakwam sinds augustus 2014. De huurder beriep zich op artikel 305 lid 2 Faillissementswet Pro, stellende dat hierdoor de ontruiming en ontbinding moesten worden opgeschort zolang de schuldsanering liep.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht de ontbinding en ontruiming had toegewezen vanwege de ernstige en herhaalde wanprestatie van de huurder. De persoonlijke omstandigheden en de onduidelijkheid over het watergeld konden dit niet rechtvaardigen. De schuldsaneringsregeling leidde er slechts toe dat Stadgenoot het vonnis niet mocht ten uitvoer leggen zolang de huurder haar lopende verplichtingen nakwam.
De vorderingen tot betaling van eerdere huurachterstanden dienden te worden ingediend bij de bewindvoerder van de schuldsanering. Het hof veroordeelde de huurder tevens in de proceskosten van het hoger beroep en het incident. Het vonnis werd op 1 november 2016 door het Gerechtshof Amsterdam gewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, met opschorting van tenuitvoerlegging gedurende de schuldsaneringsregeling.