Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
1. Partijen drijven vooralsnog in maatschapsvorm samen een veehouderij annex vergisterij. Zij zijn thans doende tot een splitsing te komen. (…)
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn broers die een geschil hebben over de afwikkeling van een maatschap die een veehouderij en mestvergisterij exploiteert. Zij sloten in 2013 een overeenkomst over zakelijke betalingsverplichtingen. De voorzieningenrechter veroordeelde appellant tot nakoming van deze afspraken onder dwangsom, waarna geïntimeerde derdenbeslagen legde wegens vermeende dwangsommen.
Appellant stelde dat hij geen dwangsommen had verbeurd en vorderde opheffing van de derdenbeslagen en terugbetaling van onterecht geïncasseerd bedrag. Het hof oordeelde dat het arrest van 13 oktober 2015 de oorspronkelijke veroordeling had ingeperkt en vervangen door een beperktere voorziening, waardoor de rechtsgrond voor dwangsommen verviel.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis, beval opheffing van de derdenbeslagen onder de banken, en veroordeelde geïntimeerde tot terugbetaling van €1.714,35 met wettelijke rente. Tevens werd geïntimeerde bevolen verdere executie te staken onder dwangsom. De kosten van het geding werden aan geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en beveelt opheffing van executoriale derdenbeslagen en terugbetaling van onterecht geïncasseerd bedrag.