Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
grief 1slaagt.
geen van beideverplichtingen waarop een aanspraak van dochter [X] te dezer zake zou kunnen worden gebaseerd, heeft geschonden, heeft vader [X] in het kader van de onderhavige procedure geen belang bij deze grief. Dit betekent dat
grief 2faalt.
grief 3en
grief 4moeten worden verworpen.
grief 5, die zelfstandige betekenis mist, gelet op het lot van de eerste grief in zoverre terecht is voorgesteld. Voor het overige deelt deze grief het lot van de tweede tot en met vierde grief.