Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met een productie;
- memorie van antwoord, met producties.
2.Ontvankelijkheid
3.Feiten
grief Ibetwist DW Vastgoed dat, zoals de rechtbank in overweging 2.4 heeft vastgesteld, (op 2 oktober 2013) een vooroplevering heeft plaatsgevonden. Vanwege deze betwisting kan het hof niet als vaststaand aannemen dat (op genoemde datum) een vooroplevering heeft plaatsgevonden.
Grief IIhoudt in dat de rechtbank ten onrechte van een aantal (volgens DW Vastgoed vaststaande) feiten geen melding heeft gemaakt. Wat er feitelijk zij van de in de toelichting op deze grief door DW Vastgoed geponeerde stellingen, de rechtbank was niet gehouden alle vaststaande feiten en omstandigheden te vermelden. Omdat DW Vastgoed met deze grief niet betoogt dat (afgezien van het met grief I aangevallen feit) de door de rechtbank (wel) vastgestelde feiten onjuist zijn, zullen deze feiten ook het hof als uitgangspunt dienen.
4.Beoordeling
grieven I tot en met VII, voor zo ver hiervoor nog niet besproken, komt DW Vastgoed op tegen het oordeel van de rechtbank (en de gronden waarop dat oordeel berust) dat DW Vastgoed het werk stilzwijgend heeft aanvaard, dat DW Vastgoed onvoldoende heeft onderbouwd dat [X] niet conform de overeenkomst het werk heeft opgeleverd en dat DW Vastgoed op grond van het voltooien van het werk verplicht is de aanneemsom (de openstaande facturen van in totaal € 38.115,=) te betalen. Het hof oordeelt als volgt.