Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.AUTODEMONTAGEBEDRIJF [X] B.V.,
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
“Nu de vof niet ontbonden is bestaat er overigens ook om die reden geen grondslag voor een geldvordering tussen de vennoten(pleitnota van mr. Keuchenius van 20 juni 2012 onder 22). Het verzoek is bij beschikking van 21 juni 2012 afgewezen. Daartoe is onder meer overwogen dat de inbreng door [appellant] van € 65.000 was onderbouwd met de inbrengbalans, terwijl van de ter zitting door [X] gestelde inbreng in contanten van € 25.000,- geen enkel bewijs was overgelegd (rov. 4.2).
dat de vof niet ontbonden iskennelijk ook niet ervan uitging dat de vof was ontbonden (rov. 4.18). De door [appellant] gevorderde boete is daarom niet toewijsbaar geoordeeld (rov. 4.19). De rechtbank heeft verder beslist dat voor de waardering van het vermogen van de vof moet worden uitgegaan van 1 november 2012, nu vaststaat
dat er al een vereffening heeft plaatsgevonden, zodat alle vermogensbestanddelen al weg zijn(rov. 4.20). De rechtbank heeft tot slot beslist dat de in opdracht van [geïntimeerde sub 2] per die datum opgestelde stakingsbalans moet worden beoordeeld door een onafhankelijke deskundige en heeft de zaak daartoe verwezen naar de rol voor uitlating door partijen over deskundigenbenoeming en vraagstelling onder aanhouding van iedere verdere beslissing in conventie en in reconventie. Tegen deze beslissing is [appellant] met vier grieven opgekomen.