ECLI:NL:GHAMS:2016:3908
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek kinderbijdrage na echtscheiding
Partijen zijn na ontbinding van hun huwelijk in 2015 betrokken bij een geschil over de vaststelling van kinderbijdrage. De rechtbank had bepaald dat de man €450 per maand aan kinderbijdrage moet betalen aan de vrouw, die een bijstandsuitkering ontvangt.
De man verzocht in hoger beroep om schorsing van de uitvoerbaarverklaring van deze beschikking, stellende dat zijn werkelijke inkomen lager is dan door de rechtbank aangenomen en dat hij daardoor in acute financiële problemen komt. Hij voerde aan dat zijn salaris door compagnons was verlaagd en dat hij aanzienlijke schulden aflost.
Het hof oordeelde dat schorsing slechts mogelijk is bij misbruik van executiebevoegdheid of een noodtoestand. De rechtbank had de verdiencapaciteit van de man gemotiveerd vastgesteld en het hof zag onvoldoende bewijs voor een noodtoestand. Ook achtte het hof het belang van de vrouw, die afhankelijk is van de kinderbijdrage, zwaarwegend. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring van de kinderbijdrage af.