ECLI:NL:GHAMS:2016:378

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2016
Publicatiedatum
4 februari 2016
Zaaknummer
200.144.406/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:14 BWArt. 2:350 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging onderzoeksbudget in enquêteprocedure bij Ondernemingskamer toegewezen

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een verzoek behandeld tot verhoging van het budget voor een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen bepaalde besloten vennootschappen. Het onderzoek was reeds eerder bevolen en het budget was eerder verhoogd van € 25.000 tot € 65.000 exclusief btw.

De onderzoeker verzocht om een verdere verhoging van het budget met € 45.000 tot een totaal van € 110.000 exclusief btw, vanwege de noodzaak van nader onderzoek naar aanleiding van reacties op het concept-rapport. Een van de belanghebbenden, vertegenwoordigd door mr. Vannisselroy, maakte bezwaar tegen deze verhoging vanwege de vermeende disproportionele kosten en de lastenverdeling.

De Ondernemingskamer oordeelde dat de werkzaamheden en kosten door de onderzoeker gedetailleerd en niet betwist waren en dat de verhoging van het budget niet onredelijk was gezien de aard, omvang en belangen van het onderzoek. De bezwaren van de belanghebbende waren onvoldoende concreet om het verzoek af te wijzen of te beperken.

Daarom werd het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget toegewezen en werd het bedrag vastgesteld op € 110.000 exclusief btw, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget is verhoogd tot € 110.000 exclusief btw ondanks bezwaren van een belanghebbende.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.144.406/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 11 januari 2016
inzake
P.R. DEKKER, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van A. de Jong,
woonplaats houdend op de voet van artikel 1:14 BW Pro te zijn kantoor te Rosmalen,
VERZOEKER,
advocaten:
mrs. P.J. van der Korsten
J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te Oisterwijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te Moergestel,
VERWEERSTERS
advocaat:
mr. S.M. Marges, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
[C],
wonende te Eindhoven,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. E.J.M. Vannisselroy, kantoorhoudende te Veldhoven.
1.
Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeker met Dekker;
  • verweerster 1. met [A] ;
  • verweerster 2. met [B] ;
  • verweersters tezamen met [A] c.s.;
  • belanghebbende met [C] .
1.1
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 8 mei 2014, 21 mei 2014 en 18 februari 2015.
1.3 Bij de beschikking van 8 mei 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [A] c.s., een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde voormeld onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000 (exclusief btw) en, bij wijze van onmiddellijke voorziening en voor de duur van het geding, ing. G.C.J. Verweij tot bestuurder met doorslaggevende stem benoemd bij [A] en bepaald dat alle aandelen in het kapitaal van [A] ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. Bij de beschikking van 21 mei 2014 heeft de Ondernemingskamer mr. C.B. Schutte te Amsterdam als onderzoeker aangewezen en mr. E.L. Zetteler te Utrecht aangewezen als beheerder van aandelen.
1.4 Bij de beschikking van 18 februari 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 65.000 (exclusief btw).
1.5 Bij brief met bijlagen van 16 december 2015, heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer gemotiveerd verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen met € 45.000 tot € 110.000 (exclusief btw).
1.6 Bij e-mail van 22 december 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer (de advocaten van) partijen, waaronder mr. Marges namens de vennootschap, tot 5 januari 2016 in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek van de onderzoeker uit te laten.
1.7 Bij e-mail van 5 januari 2016, doorgestuurd aan de betrokken advocaten, de onderzoeker en mr. Zetteler, heeft mr. Vannisselroy namens [C] bezwaar gemaakt tegen de gevraagde verhoging van de kosten van het onderzoek. Mr. Vannisselroy verzoekt namens [C] de Ondernemingskamer de verhoging niet toe te staan althans te beperken.
1.8 In reactie op de in 1.7 genoemde e-mail heeft mr. Van Bekkum bij e-mail van 6 januari 2016 namens Dekker de Ondernemingskamer geïnformeerd geen bezwaar te hebben tegen verhoging van het onderzoeksbudget.
1.9 Van de overige partijen is niet vernomen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De onderzoeker heeft als bijlage bij zijn verzoek een overzicht van de tot en met november 2015 gemaakte uren gevoegd. De Onderzoeker heeft in zijn brief vermeld dat het concept-verslag is opgesteld en aan betrokkenen is voorgelegd. Uit de reacties van Dekker en [C] blijkt volgens de onderzoeker dat beiden op verschillende punten nader onderzoek verlangen en onderzoeker acht nader onderzoek geboden. Gelet op de daarvoor nodige werkzaamheden, is verhoging van het budget noodzakelijk. Volgens de onderzoeker staan het verdere onderzoek en de daarmee gemoeide kosten in verhouding tot het belang van de zaak en kunnen de vennootschappen deze kosten dragen.
2.2 (
(De advocaat van) [C] heeft bij zijn bezwaar tegen het verzoek van de onderzoeker aangegeven dat volgens hem de omvang van de kosten niet meer in verhouding staan tot het belang van het onderzoek. [C] heeft (wederom) zijn zorgen geuit over de hoge advieskosten waarmee de vennootschappen wordt belast, welke kosten door hem voor 50% moeten worden gedragen. Volgens [C] is het niet nodig om uitvoerig nader onderzoek te verrichten.
2.3
Mr. Van Bekkum heeft namens Dekker aangevoerd dat, hoewel ook hij meent dat de kosten van het onderzoek hoog zijn, de reacties op het concept-rapport aanleiding geven tot het verrichten van substantiële nadere onderzoekswerkzaamheden. De vennootschappen en alle belanghebbenden hebben belang bij het tot stand komen van een gedegen en zorgvuldig onderzoeksverslag, reden waarom het onderzoeksbudget dient te worden verhoogd.
2.4
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt.
2.5
Partijen hebben de door de onderzoeker gedetailleerd opgegeven werkzaamheden als zodanig niet betwist. Evenmin is gesteld of gebleken dat de tot nu toe door de onderzoeker gemaakte kosten onredelijk zijn. De verzochte verhoging van het onderzoeksbudget komt – gelet op de door de onderzoeker geschetste achtergrond van de extra werkzaamheden die moeten worden verricht – niet onredelijk voor gelet op de aard en de omvang van het onderzoek, de daarmee gemoeide belangen en de draagkracht van de vennootschappen. De Ondernemingskamer zal het verzoek tot kostenverhoging daarom toewijzen zoals hierna te vermelden. De door [C] aangevoerde bezwaren zijn onvoldoende concreet om tot een ander oordeel te leiden. Evenmin is er aanleiding om deze kosten te beperken.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 8 mei 2014 in deze zaak bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 110.000 (exclusief BTW);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H..J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 januari 2016.