ECLI:NL:GHAMS:2016:3724
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.A. van den Berg
- A.R. Sturhoofd
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aantekening gezamenlijk gezag wegens ontbreken gezamenlijk verzoek
Partijen hadden een relatie waaruit een minderjarige is geboren in 2014. De man erkende het kind met toestemming van de vrouw. Op 22 juli 2014 werd in het gezagsregister aangetekend dat zij gezamenlijk gezag hadden. De vrouw stelde dat de man zonder haar toestemming met haar DigiD-gegevens het gezamenlijk gezag digitaal had aangevraagd.
De man betwistte dit en voerde aan dat de vrouw hem via WhatsApp had verzocht het gezag te regelen vanwege bedreigingen van haar vader. Het hof onderzocht de stukken, waaronder WhatsApp-berichten, DigiD-inloggegevens en het kraamrapport.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat het verzoek gezamenlijk was gedaan. De vrouw had aannemelijk gemaakt dat de man haar DigiD-gegevens had gebruikt zonder haar toestemming. Daarom was de aantekening ten onrechte gemaakt en moest deze worden doorgehaald.
De bestreden beschikking werd vernietigd en het verzoek van de vrouw toegewezen. De griffier werd gelast de aantekening in het gezagsregister door te halen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De aantekening gezamenlijk gezag in het gezagsregister wordt doorgehaald omdat het gezamenlijk verzoek niet is komen vast te staan.