Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling van het hoger beroep
3.Beslissing
8 januari 2017onder indiening van zijn declaratie met vermelding van bovenstaand zaaknummer;
8 januari 2017;
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak tussen een vrouw en een man, beide woonachtig in Nederland, staat de vraag centraal wanneer volgens Russisch recht de eigendomsoverdracht van een appartement in Rusland plaatsvindt. Het hof bevestigt dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime, maar dat de eigendomsoverdracht van het onroerend goed volgens Russisch recht moet worden beoordeeld.
Partijen hebben schriftelijk gereageerd op de voorgenomen vraagstelling aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI), waarbij de vrouw aanvullende Russische wetsartikelen aandraagt en de man stelt dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime. Het hof besluit dat de aanvullende Russische bepalingen niet relevant zijn voor de vraagstelling.
Het hof beveelt het IJI aan om schriftelijk te rapporteren over drie kernvragen: het moment van eigendomsoverdracht volgens Russisch recht, welk document geregistreerd moet worden (koopcontract, leveringsakte of beide), en de betekenis van artikel 9 van Pro het koopcontract. De kosten van het onderzoek komen voor rekening van de staat. De behandeling van de zaak wordt pro forma aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt een deskundigenonderzoek aan het Internationaal Juridisch Instituut om de eigendomsoverdracht van het appartement volgens Russisch recht te onderzoeken.