ECLI:NL:GHAMS:2016:3695

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2016
Publicatiedatum
13 september 2016
Zaaknummer
001125-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g SrArt. 22i Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrondverklaring wegens overschrijding termijn tenuitvoerlegging vervangende hechtenis

De veroordeelde werd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam op 5 maart 2014 veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, die bij niet-naleving vervangen kon worden door 30 dagen hechtenis. Na eerdere bezwaarprocedure werd de verdachte op 19 augustus 2015 een termijn van drie maanden gegund om de resterende taakstraf te voltooien.

Uit een rapportage van de Reclassering van 23 november 2015 bleek dat de veroordeelde slechts 8 van de resterende uren had verricht. Het openbaar ministerie gaf op 17 mei 2016 opdracht tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis, maar deze beslissing werd buiten de wettelijke termijn genomen.

Op 20 juli 2016 heeft het hof het bezwaarschrift van de veroordeelde behandeld en geconcludeerd dat het bezwaar gegrond is wegens overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 22i Sr. Het hof bepaalt dat de veroordeelde nog 26 uur taakstraf moet verrichten binnen drie maanden na heden.

Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar gegrond wegens overschrijding van de termijn en bepaalt dat de taakstraf binnen drie maanden voltooid moet worden.

Uitspraak

beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: 001125-16
Parketnummer: 23-005256-12
Beslissing op het bezwaarschrift op de voet van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres]

Inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen het bevel van het openbaar ministerie de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen, op de grond dat de – resterende – taakstraf van 26 uur ter vervanging waarvan de hechtenis is opgelegd, niet naar behoren is verricht.

Procesverloop

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 20 juli 2016 de advocaat-generaal, de veroordeelde en de raadsman van de veroordeelde ter terechtzitting gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift.

Beoordeling van het bezwaarschrift

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2014 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen hechtenis.
Op 19 augustus 2015 heeft het hof het bezwaar tegen een eerdere beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis gegrond verklaard en de verdachte een termijn van drie maanden na de datum van de uitspraak vergund om de resterende uren taakstraf te verrichten. Blijkens een rapportage van Reclassering Nederland van 23 november 2015 heeft de veroordeelde de door het hof opgelegde taakstraf weer niet geheel naar behoren verricht, maar heeft slechts 8 uren gewerkt.
Op grond van artikel 22i van het Wetboek van Strafrecht kan het openbaar ministerie een beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis slechts nemen gedurende de termijn waarbinnen de taakstraf dient te zijn voltooid of binnen drie maanden na afloop van deze termijn. Deze termijn is in deze zaak overschreden nu de aan de verdachte betekende kennisgeving van omzetting ziet op het bevel van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis van 17 mei 2016. Het bezwaar moet derhalve als gegrond worden aangemerkt.

Beslissing

Het hof:
Verklaart het bezwaar gegrond.
Bepaalt dat de veroordeelde nog
26 (zesentwintig) uuraan taakstraf dient te verrichten.
Bepaalt dat de taakstraf binnen drie maanden na heden moet worden voltooid.
Deze beslissing is genomen door mr. G. Oldekamp, mr. J.J.I. de Jong en mr. F.W. van Lottum, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2016.
mr. F.W. van Lottum en mr. C.J.J. Kwint zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.