Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven I tot en met V en VII. Deze hebben immers alleen betrekking op de vordering van [geïntimeerde] waarvan [appellante] in hoer beroep niet langer de afwijzing vordert.
Grief VIslaagt omdat partijen over en weer als in het ongelijk gesteld dienen te worden beschouwd en de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep daarom worden gecompenseerd. Het vonnis wordt op dat punt vernietigd en voor het overige bekrachtigd. De vordering tot toekenning van een tegemoetkoming in de verhuis-en inrichtingskosten zal als na te melden worden toegewezen.