Uitspraak
[VERZOEKER 1],
[VERZOEKER 23],
mr. J.G. Princenen
mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
[BELANGHEBBENDE 60],
mr. M.E.C. Loken
mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Den Haag.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise vanaf 1 januari 2009. Tevens werd een onmiddellijke voorziening getroffen waarbij een commissaris met beslissende stem werd benoemd en bestuursvoorstellen aan voorafgaande goedkeuring werden onderworpen.
Vijf verzoekers hebben bij brief hun tweede fase verzoek ingetrokken, waardoor dit verzoek geen verdere behandeling behoeft en niet-ontvankelijk wordt verklaard. Gevolg hiervan is dat de eerder getroffen onmiddellijke voorziening wordt opgeheven.
De Ondernemingskamer heeft dit op 22 augustus 2016 uitgesproken en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee komt een einde aan de maatregelen die waren getroffen in het kader van het onderzoek naar wanbeleid binnen RTC en RTC Franchise.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard en de onmiddellijke voorziening wordt opgeheven.