Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
[Y],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
grief 1en
grief 2doel treffen.
grief 3en
grief 4geen bespreking meer behoeven.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vorderde Stichting Pré Wonen ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurders, [X] en [Y], naar verluidt meer dan vijf maanden per jaar in Marokko verbleven en de woning niet als hoofdverblijf gebruikten. Pré Wonen stelde dat dit een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst opleverde op grond van artikel 7:213 BW Pro, omdat het ging om een sociale huurwoning met een wachtlijst.
Het hof overwoog dat er geen contractuele verplichting tot hoofdverblijf in de huurovereenkomst was opgenomen en dat de huurders de woning wel degelijk als goed huisvader gebruikten, onder meer doordat hun kinderen de woning tijdens afwezigheid onderhielden. Het onderzoek van Pré Wonen naar woonfraude was onvoldoende concreet om te concluderen dat de huurders tekort waren geschoten.
Ook speelde mee dat de huurders al dertig jaar de huur tijdig betaalden, ingeschreven stonden op het adres en de woning goed werd onderhouden. Pré Wonen had haar beleid sinds 2014 aangescherpt, maar had de huurders daar niet actief over geïnformeerd. Het hof oordeelde dat het belang van Pré Wonen bij rechtvaardige verdeling van sociale huurwoningen niet zwaarder woog dan het belang van de huurders.
Gelet op de terughoudendheid die bij kort geding geldt en het ontbreken van voldoende bewijs achtte het hof het niet aannemelijk dat de bodemrechter tot ontruiming zou overgaan. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van Pré Wonen af, met veroordeling van Pré Wonen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontruiming af en veroordeelt Pré Wonen in de proceskosten.