ECLI:NL:GHAMS:2016:312
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete wegens te late betaling loonheffing ondanks beroep op afwezigheid van alle schuld
Belanghebbende betaalde de loonheffing over de maanden januari, februari en maart 2014 telkens te laat, waarbij de ING Bank de betalingsopdrachten in een andere volgorde verwerkte dan belanghebbende verwachtte. Dit leidde tot verzuimboetes van de Belastingdienst. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de boetes onterecht waren vanwege afwezigheid van alle schuld (avas) en schending van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het risico van de betalingsvolgorde bij belanghebbende lag, mede omdat zij onvoldoende saldo op de betaalrekening had en niet tijdig haar werkwijze had aangepast ondanks waarschuwing. Het Hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat avas alleen geldt indien alle in redelijkheid te vergen zorg is betracht, wat hier niet het geval was.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het opleggen van boetes volgens het beleidsbesluit BBBB binnen de beleidsvrijheid van de staatssecretaris valt en geen onredelijke ongelijke behandeling oplevert. De verzuimboeten zijn passend en geboden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de verzuimboetes wegens te late betaling loonheffing en wijst het beroep op afwezigheid van alle schuld af.