ECLI:NL:GHAMS:2016:2881

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 juli 2016
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
23-002645-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Wetboek van StrafvorderingArt. 418 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening in strafzaak

In deze strafzaak werd het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. Uit het dossier bleek dat de verdachte geen bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland had, maar wel een adres in Spanje op zijn identiteitsbewijs vermeld stond.

Het hof oordeelde dat niet kon worden uitgesloten dat dit adres in Spanje de feitelijke verblijfplaats van de verdachte was. Bovendien was naar dat adres geen afschrift van de dagvaarding in het Spaans verzonden, zoals wettelijk vereist. Hierdoor was de dagvaarding in hoger beroep niet op de voorgeschreven wijze betekend aan de verdachte.

Daarom verklaarde het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 juli 2016. Een van de rechters was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

parketnummer: 23-002645-15
datum uitspraak: 5 juli 2016
VERSTEK (verschenen raadsman niet gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen -na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 16 juni 2015- op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-236121-11 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
op het identiteitsbewijs van verdachte vermelde adres:
[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juli 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep is de verdachte niet verschenen. Uit de stukken blijkt dat van de verdachte ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, maar wel een adres in Spanje.
In het dossier bevindt zich immers een afschrift van het identiteitsbewijs van de verdachte, waarop het volgende adres staat vermeld:
[adres].
Nu niet kan worden uitgesloten dat dit de feitelijke woon- of verblijfplaats is van de verdachte in het buitenland en naar voornoemd adres geen afschrift van een in het Spaans vertaalde dagvaarding is verzonden, is de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen naar het oordeel van het hof niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte betekend. De dagvaarding zal daarom nietig worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. F.M.D. Aardema en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Prins, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 juli 2016.
Mr. F.M.D. Aardema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.