Uitspraak
ontneming)
Gerechtshof Amsterdam
De veroordeelde werd door de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt in de periode van 1 maart 2011 tot en met 17 november 2011. De rechtbank legde een ontnemingsmaatregel op van €64.957,00, gebaseerd op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Zowel het Openbaar Ministerie als de veroordeelde gingen in hoger beroep tegen het vonnis. Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep geoordeeld dat slechts medeplichtigheid aan de hennepteelt is bewezen, namelijk het beschikbaar stellen van een woning aan een medeveroordeelde voor het telen van hennep.
Het hof acht niet aannemelijk dat de veroordeelde daadwerkelijk voordeel heeft behaald uit de hennepteelt. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de ontnemingsvordering af. De vordering tot betaling van €62.957,00 aan de Staat wordt niet toegewezen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 juli 2016, waarbij de jongste raadsheer niet kon ondertekenen.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat niet is bewezen dat de veroordeelde voordeel heeft behaald uit de hennepteelt.