Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
3.Beslissing
12 juli 2016voor opgave verhinderdata aan beide zijden in verband met de dagbepaling van de comparitie van partijen;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een fiscaal en financieel adviseur centraal, die nagelaten zou hebben de appellante te waarschuwen voor de zorgelijke financiële situatie van het eenmansbedrijf van haar echtgenoot. Het hof heeft eerder vastgesteld dat de adviseur aansprakelijk is voor de schade die appellante hierdoor heeft geleden.
De discussie richt zich op de omvang van de schade, waarbij appellante stelt dat de schuld die niet voor haar rekening zou zijn gekomen indien zij de nalatenschap niet had aanvaard, €196.119,- bedraagt. De geïntimeerde betwist deze berekening en stelt dat de jaarrekening 2010 geen juiste basis vormt voor de schadeberekening, omdat deze uitgaat van voortzetting van de onderneming en niet van afwikkeling.
Het hof verduidelijkt dat de schadebegroting een vergelijking vereist tussen de situatie met en zonder beroepsfout, waarbij wordt uitgegaan van aanvaarding versus verwerping van de nalatenschap. Daarbij dient rekening gehouden te worden met zowel schulden als baten, inclusief eventuele winst en goodwill na voortzetting van de onderneming.
Omdat de door appellante overgelegde stukken onvoldoende inzicht bieden in de financiële situatie en de concrete omvang van de schade, gelast het hof een comparitie van partijen. Appellante moet haar schade nader specificeren en onderbouwen met schriftelijke stukken, waarop geïntimeerde mag reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na deze comparitie.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan voor nadere specificatie van de schade.