ECLI:NL:GHAMS:2016:2419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F.E. Geerlings
- J.A.M. de Wit
- M.L. Leenaers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de kantonrechter in Amsterdam. De dagvaarding was op 10 december 2015 aan zijn moeder uitgereikt, die hem op de hoogte bracht van de zittingsdatum. De verdachte was op de zittingsdatum zelf niet aanwezig en ontving later het veroordelend vonnis.
De verdachte stelde op 18 februari 2016 hoger beroep in tegen het vonnis van 25 januari 2016. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verklaarde hij dat hij de exacte datum van de zitting niet meer wist, maar dat hij wel op de hoogte was gesteld door zijn moeder.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep binnen veertien dagen na de uitspraak had moeten worden ingesteld, maar dat dit niet was gebeurd. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening.