Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. B.J.R. Loijmanste Amsterdam,
mr. J.C.I. Veermante Volendam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten en procesverloop
Artikel 1
rtikel 1.
Deze overeenkomst eindigt:
Gerechtshof Amsterdam
De man en vrouw, die ongehuwd samenwoonden en gezamenlijk een café exploiteerden, zijn uit elkaar gegaan. De man vorderde onder meer de verdeling van het café en vergoeding van de helft van de overwaarde. De rechtbank had het café aan de vrouw toegewezen en een negatieve waarde vastgesteld per 4 mei 2011.
In hoger beroep klaagde de man over de peildatum voor waardering en de wijze waarop schulden en huuropbrengsten werden betrokken. Het hof stelde vast dat de samenleving per 1 februari 2009 was beëindigd, omdat de vrouw de man toen de toegang tot het café ontzegde en sindsdien als enige exploitant optrad.
Het hof bepaalde dat 1 februari 2009 als peildatum voor waardebepaling geldt en dat partijen zich over de waarde van activa en de hoogte van de schuld per die datum moeten uitlaten. De vordering van de man tot toedeling van huurrechten werd afgewezen, omdat de huuropbrengsten onderdeel zijn van de exploitatie van het café.
De zaak werd verwezen naar de rol voor nadere stukken en reacties over waardering en schuld, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: Het hof stelt 1 februari 2009 als peildatum voor waardebepaling van het café en verwijst de zaak voor nadere vaststelling van waarde en schuld.