Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Redelijke termijn
BESLISSING
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 21.850,00 (eenentwintigduizend achthonderdvijftig euro).
Gerechtshof Amsterdam
De veroordeelde werd door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake van meerdere strafbare feiten met betrekking tot de Opiumwet. Het Openbaar Ministerie had in eerste aanleg een vordering tot ontneming ingediend van €157.882,50, welke werd verlaagd tot €19.950 na vermindering wegens termijnoverschrijding.
In hoger beroep bevestigde het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de betalingsverplichting. Het hof stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, met name in eerste aanleg, waar de procedure ruim drie jaar duurde. Gezien de voortvarende behandeling in hoger beroep matigde het hof het te betalen bedrag met 5%, waardoor de betalingsverplichting werd vastgesteld op €21.850.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 juni 2016. De overige onderdelen van het vonnis bleven ongewijzigd. De matiging weerspiegelt de belangenafweging tussen de overschrijding van de redelijke termijn en de voortvarendheid van de hogerberoepsprocedure.
Uitkomst: Betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €21.850 met matiging wegens termijnoverschrijding.