Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven 1 en 2, die gezamenlijk kunnen worden besproken, houden in, kort gezegd, dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [appellanten] niet zijn geslaagd in het bewijs dat zij eigenaar zijn van het water waar de woonboot is afgemeerd. Het hof oordeelt als volgt.
en water(cursivering van het hof) waarmee volgens [appellanten] niets anders kan zijn bedoeld dan het tot hun perceel behorende water van de Drecht.
De kadastrale grens die in het kadaster is vastgelegdzalde oeverlijnzijnzoals die in de eerste helft van negentiende eeuw bestond”;onderstrepingen van het hof).
grief 3, zal worden aangehouden.