Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
primairvaststelling dat de huurovereenkomst moet worden vernietigd of ontbonden en dat door [geïntimeerde] een bedrag van € 77.613,50 (inclusief het gestelde bedrag van € 30.000,= aan ‘zwart’ geld) aan [appellant] moet worden betaald,
subsidiairvaststelling dat [geïntimeerde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, zodat hem alleen de huurpenningen over de periode van 1 september 2013 tot 1 mei 2014 toekomen en [geïntimeerde] een bedrag van € 46.637,50, en
meer subsidiaireen bedrag van € 34.537,50, aan [appellant] moet (terug)betalen. [geïntimeerde] heeft hiertegen verweer gevoerd.
grief Ifaalt.
grief IIevenmin kan slagen.
de in appel vermeerderde (subsidiaire) eisvan [appellant] toe te wijzen.