Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van zijn woning voor de jaren 2012 en 2013, vastgesteld op respectievelijk €529.000 en €509.000. Hij stelde dat de overschrijding van geluidsnormen door de nabijgelegen N242 en de te verwachten geluidsoverlast van de aan te leggen N23 een waardevermindering rechtvaardigden. Tevens betwistte hij de verkoopprijzen van de gebruikte vergelijkingsobjecten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de geluidsoverlast reeds was verdisconteerd in de verkoopprijzen van nabijgelegen vergelijkingsobjecten. Het Gerechtshof onderschreef dit oordeel en vond dat belanghebbende onvoldoende feiten had aangevoerd om de vastgestelde WOZ-waarden te verlagen.
De taxatierapporten, opgesteld door erkende taxateurs, toonden een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen, waarbij rekening was gehouden met verschillen in inhoud, perceelgrootte en voorzieningen. Het hof vond dat de vastgestelde waarden niet in onjuiste verhouding stonden tot de marktprijzen.
Het verzoek van belanghebbende om nader onderzoek naar de geluidsbelasting werd afgewezen, omdat de heffingsambtenaar de geluidsoverlast niet had bestreden. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WOZ-waarden van de woning voor 2012 en 2013 worden bevestigd en de hoger beroepen worden ongegrond verklaard.