De Officier van Justitie diende een klacht in tegen een oud-notaris wegens onvoldoende onderzoek bij de levering van een woning in 2007, wat mogelijk witwaspraktijken faciliteerde. De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht niet-ontvankelijk, maar het hof oordeelde anders en vernietigde die beslissing.
Het hof stelde vast dat het Openbaar Ministerie een redelijk belang heeft bij handhaving van beroepsnormen om criminaliteit te voorkomen, mits klacht en strafrechtelijke vervolging niet dezelfde gedraging betreffen. De klacht werd binnen de wettelijke vervaltermijn ingediend, die aanving toen het Openbaar Ministerie op 26 maart 2012 kennis kreeg van het onderzoek door de notaris.
Het hof gaf partijen gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over het onderzoek van de oud-notaris en houdt verdere beslissing aan. Een nieuwe mondelinge behandeling zal plaatsvinden indien een partij dat verlangt.