ECLI:NL:GHAMS:2016:1878
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M. van der Nat
- J.A.M. de Wit
- M.R. Cox
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van overtreding van de APV Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin verdachte werd beschuldigd van het zonder redelijk doel ophouden in of bij een portiek op de Dintelstraat te Amsterdam op 3 februari 2015.
De tenlastelegging betrof het zitten of liggen in of bij een portiek, raamkozijn of drempel van een gebouw, hetgeen volgens het openbaar ministerie een overtreding van artikel 2.18 van de APV Amsterdam zou zijn.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 28 april 2016 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen en pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsvrouw van verdachte. Het hof oordeelde dat de inhoud van het proces-verbaal en de bijlagen onvoldoende waren om het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 april 2016.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde.