ECLI:NL:GHAMS:2016:1708
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R. Sturhoofd
- R.G. Kemmers
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis legitieme portie wegens bankgarantie en onherroepelijkheid
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen twee erfgenamen over de betaling van de legitieme portie na het overlijden van hun moeder. De erflaatster had haar dochter onterfd en haar zoon tot enige erfgenaam benoemd. De dochter vorderde betaling van haar legitieme portie en zekerheid daarvoor, waarop een bankgarantie werd gesteld.
De rechtbank had de vordering toegewezen en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar de zoon stelde incidenteel beroep in tegen de tenuitvoerlegging, stellende dat de bankgarantie pas kan worden ingeroepen na een onherroepelijk vonnis. Het hof onderzocht de inhoud en totstandkoming van de bankgarantie en concludeerde dat partijen redelijkerwijs mochten verwachten dat betaling pas zou plaatsvinden na onherroepelijke uitspraak.
Het hof oordeelde dat de dochter misbruik maakt van haar bevoegdheid door het vonnis al te executeren terwijl het nog niet onherroepelijk is. Daarom werd de tenuitvoerlegging geschorst totdat het hoger beroep is beslist. De vordering tot verhoging van de bankgarantie werd afgewezen wegens onvoldoende gewijzigde omstandigheden. De hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.