ECLI:NL:GHAMS:2016:1503

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 april 2016
Publicatiedatum
20 april 2016
Zaaknummer
200.174.125/01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 4 Wet op het notarisambt
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht gegrond verklaard tegen oud-notaris zonder oplegging maatregel

Klager diende een klacht in tegen een oud-notaris die zijn kantoor had gesloten en niet had gereageerd op meerdere door klager verzonden brieven. De kamer voor het notariaat had de klacht gegrond verklaard zonder een maatregel op te leggen. Klager ging in hoger beroep tegen deze beslissing en breidde zijn klacht uit.

Het hof behandelde de zaak en verklaarde de uitbreiding van de klacht niet-ontvankelijk omdat alleen klachten die in eerste aanleg aan de orde waren gekomen in hoger beroep in behandeling worden genomen. De klacht zelf werd gegrond verklaard omdat niet kon worden vastgesteld dat binnen een redelijke termijn was gereageerd op de aangetekende brief van klager. De gemachtigde van de oud-notaris had telefonisch contact gehad met klager, maar dit was onduidelijk en onvoldoende gedocumenteerd.

Desondanks achtte het hof het nalaten niet ernstig genoeg voor het opleggen van een maatregel. De bestreden beslissing van de kamer werd bevestigd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.

Uitkomst: Klacht gegrond verklaard zonder maatregel, uitbreiding klacht niet-ontvankelijk verklaard en bestreden beslissing bevestigd.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.174.125/01 NOT
nummer eerste aanleg : AL/2015/15
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 19 april 2016
inzake
[naam] ,
wonend te [plaats] ,
appellant,
tegen
[naam] ,
oud-notaris te [plaats] , gemeente [naam] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: [naam] te [plaats] .

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellant (hierna: klager) heeft op 29 juli 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 3 juli 2015 (ECLI:NL:TNORARL:2015:26). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de oud-notaris) gegrond verklaard, zonder een maatregel op te leggen
.
1.2.
De oud-notaris heeft op 21 januari 2016 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 februari 2016. Klager en de gemachtigde van de oud-notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2.Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.Feiten

3.1.
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
3.2.
Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.
3.2.1.
De oud-notaris is per 29 juli 2014 gedefungeerd. Van 30 juli 2014 tot 1 januari 2015 is de oud-notaris als kandidaat-notaris opgetreden als waarnemer van zijn eigen kantoor.
3.2.2.
Op 25 september 2014 heeft klager een aangetekende brief aan de oud-notaris gezonden. Ter herinnering heeft klager op 5 november 2014 en 9 december 2014 brieven aan de oud-notaris gezonden.
3.2.3.
De oud-notaris heeft zijn kantoor op 1 januari 2015 gesloten.
3.2.4.
De gemachtigde van de oud-notaris heeft bij brief van 14 januari 2015 op de brief van
25 september 2014 van klager geantwoord.

4.Standpunt van klager

Klager verwijt de oud-notaris dat hij niet heeft gereageerd op de door klager aan hem gezonden brieven.

5.Standpunt van de oud-notaris

De oud-notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de oud-notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6.Beoordeling

Uitbreiding klacht
6.1.
Voor zover klager op de zitting in hoger beroep zijn klacht heeft uitgebreid, heeft te gelden dat op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 4 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna) het hof een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang behandelt en dat dit betekent dat alleen in beschouwing worden genomen de klachten die ook in de procedure in eerste aanleg aan de orde zijn geweest. Klager zal in de ongeoorloofde uitbreiding van de klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.
De klacht
6.2.
Op de zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van de oud-notaris het volgende verklaard. Wegens ziekte van de oud-notaris heeft hij het dossier van klager overgenomen. Hij heeft de aan de orde zijnde kwestie uitgezocht en klager vervolgens hierover benaderd. Hij heeft klager drie keer aan de telefoon gehad. Van deze telefoongesprekken heeft hij geen aantekeningen in het dossier gemaakt.
Klager heeft hierop verklaard dat hij de gemachtigde van de oud-notaris slechts eenmaal telefonisch heeft gesproken.
6.3.
Onduidelijk is gebleven wanneer de gemachtigde van de oud-notaris naar aanleiding van de door klager aan de oud-notaris gezonden brieven telefonisch contact met klager heeft gehad. Zodoende kan thans niet worden vastgesteld dat direct dan wel binnen een redelijke termijn op de brief van 25 september 2014 van klager aan de oud-notaris is gereageerd. De klacht is daarmee gegrond. Het hof acht dit kennelijke nalaten, ook gezien de omstandigheden, echter niet zodanig ernstig dat een maatregel gerechtvaardigd is.
6.4.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.
6.5.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7.Beslissing

Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn in hoger beroep uitgebreide klacht;
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Verscheure, J.H. Lieber en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2016 door de rolraadsheer.