ECLI:NL:GHAMS:2016:1454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wetenschap over fenacetine als versnijdingsmiddel
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde voorbereidingshandelingen met fenacetine als versnijdingsmiddel voor cocaïne en heroïne.
De verdachte werd verdacht van het aankopen en vervoeren van grote hoeveelheden fenacetine, waarvan werd aangenomen dat het zou worden gebruikt voor de bewerking van harddrugs. De verdediging stelde dat de verdachte niet wist dat fenacetine als versnijdingsmiddel werd gebruikt en dat het als schoonmaakmiddel zou dienen.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte de wetenschap had of ernstige redenen had om te vermoeden dat fenacetine als versnijdingsmiddel werd ingezet. Fenacetine was niet algemeen bekend als versnijdingsmiddel en had ook een reële andere toepassingsmogelijkheid als geneesmiddel in niet-Westerse landen.
Verder verwierp het hof het verweer van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens overschrijding van de redelijke termijn en verbleekte getuigenherinnering. Het hof verklaarde de verdachte vrij en vernietigde het eerdere vonnis.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of moest vermoeden dat fenacetine als versnijdingsmiddel werd gebruikt.