Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster richtte een klacht tegen een oud-notaris vanwege het niet onderzoeken van haar betrokkenheid bij een woningoverdracht en het nalaten van een MOT-melding bij een ongebruikelijke transactie. De klacht betrof een storting van een waarborgsom van haar bankrekening voor een woning die aanzienlijk duurder werd verkocht dan de werkelijke waarde.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn van drie jaren. Klaagster voerde aan dat zij niet betrokken was bij de transactie en dat de feiten onjuist waren weergegeven, maar het hof stelde vast dat de kennis van haar bestuurder over de transactie als haar kennis moet worden aangemerkt.
De wetenschap van de bestuurder dat de waarborgsom werd betaald en verrekend met de koopprijs betekent dat klaagster binnen de klachttermijn had moeten klagen. De klacht werd pas na meer dan negen jaar ingediend, waardoor het hof de beslissing van de kamer bevestigde en de klacht niet ontvankelijk verklaarde.
Uitkomst: De klacht tegen de oud-notaris is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de klachttermijn.