ECLI:NL:GHAMS:2016:1099
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing tuchtklacht gerechtsdeurwaarder over communicatie betalingsregeling
Klager diende een tuchtklacht in tegen een gerechtsdeurwaarder wegens vermeende onvoldoende communicatie over een herberekening van het openstaande saldo in een dossier met betrekking tot zorgverzekeringspremies. Klager was in de veronderstelling dat hij aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan, terwijl de gerechtsdeurwaarder een verstekvonnis verkreeg.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht gegrond zonder maatregel, maar het hof vernietigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat klager onvoldoende is geïnformeerd over de herberekening van het openstaande bedrag, waardoor hij ten onrechte dacht aan zijn verplichtingen te hebben voldaan. Dit is een tuchtrechtelijk verwijt, maar niet ernstig genoeg voor een maatregel.
De klacht dat de gerechtsdeurwaarder een foutieve berekening zou hebben verstrekt en daardoor het verstekvonnis verkreeg, wordt door het hof ongegrond verklaard, omdat geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is vastgesteld.
Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot kostenvergoeding en in nieuwe klachten die in hoger beroep zijn geformuleerd maar niet in eerste aanleg aan de orde waren. De beslissing van de kamer wordt vernietigd en het hof beslist opnieuw conform bovenstaande.
De zaak werd behandeld zonder aanwezigheid van klager, die verhinderd was, terwijl de gerechtsdeurwaarder en zijn gemachtigde wel verschenen en pleitten. Het hof weegt mee dat klager zonder rechtsbijstand procedeerde.
Uitkomst: Klacht over onvoldoende communicatie gegrond zonder maatregel, klacht over verstekvonnis ongegrond, eerdere beslissing vernietigd.