ECLI:NL:GHAMS:2015:936
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid voor diefstal en schadevergoeding na schatting van schade uit automaten op Schiphol
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de aansprakelijkheid van appellant centraal voor diefstal van gelden uit snoep-, koffie- en broodjesautomaten op Schiphol, geëxploiteerd door geïntimeerde. Appellant was strafrechtelijk veroordeeld voor medeplegen van diefstal in de periode van 1 januari 2010 tot 2 maart 2010 en werd civielrechtelijk aangesproken voor schadevergoeding.
De kantonrechter had de schadevergoeding aan geïntimeerde vastgesteld op € 4.043,10, gebaseerd op een schatting van de geleden schade, omdat de exacte omvang niet nauwkeurig kon worden vastgesteld. Deze schatting hield rekening met kasverschillen op dagen dat appellant en een medeverdachte werkzaam waren, vingerafdrukken op geldladen, camerabeelden en verklaringen.
Appellant voerde aan dat de schatting te hoog was en dat hij slechts een beperkte rol had gespeeld en minder geld had ontvreemd. Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht een ruime schatting had gemaakt, gelet op de aard van de onrechtmatige daad, de onvolledigheid van het bewijs en het feit dat appellant en medeverdachte zelf onvoldoende duidelijkheid verschaften over de omvang van de schade.
Het hof verwierp de grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij appellant werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van € 4.043,10 schadevergoeding en proceskosten.