Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1970 gehuwd en hun huwelijk is in 2010 ontbonden. Bij de echtscheidingsbeschikking werd de man verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. De man verzocht in hoger beroep om de alimentatie met ingang van 13 maart 2013 op nihil te stellen, omdat de vrouw toen AOW ontving en naar zijn mening geen behoefte meer had aan alimentatie.
Het hof oordeelt dat de wijziging van de alimentatie met ingang van 13 juni 2013 moet plaatsvinden, de datum van het verzoek daartoe. De vrouw heeft een AOW-uitkering en pensioeninkomsten die haar netto meer opleveren dan haar huwelijksgerelateerde behoefte aan levensonderhoud, inclusief een redelijke inschatting van haar kosten voor boodschappen.
Daarom wordt de alimentatie vanaf die datum op nihil gesteld. De man verzocht ook om terugbetaling van reeds betaalde alimentatie, maar het hof wijst dit af omdat de vrouw de bedragen maandelijks verbruikt en niet in staat is tot terugbetaling. De beschikking wordt vernietigd voor zover het de alimentatie betreft en opnieuw vastgesteld.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 13 juni 2013 op nihil gesteld en terugbetaling van reeds betaalde bedragen wordt afgewezen.