Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep in de zaak met zaaknummer 200.142.893/01
€ 41.000,-
€ 100.000,-
€ 1.400,-
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1977 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2012 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap, waarbij het hof de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 december 2013 vernietigt en opnieuw beslist.
Het hof behandelt diverse grieven van partijen over de waardering van de woning, inboedel, vakantiewoning, garages, auto en banksaldi. De man verzoekt onder meer om hertaxatie van de woning, wat het hof afwijst vanwege onvoldoende onderbouwing en omdat de deskundige adequaat heeft gehandeld. De vrouw wordt veroordeeld de hypotheekschulden voor haar rekening te nemen en te voldoen, met vrijwaring van de man.
Verder wijst het hof de gebruiksvergoeding voor de woning toe aan de vrouw af, omdat zij vrijwel alle lasten draagt. De vordering tot verrekening van betalingen na de peildatum wordt afgewezen. Het hof bepaalt dat partijen binnen twee maanden medewerking moeten verlenen aan de verdeling bij notaris en de man binnen zes maanden moet meewerken aan de levering van de vakantiewoning in Spanje. Het verzoek tot schorsing van de eerdere beschikking wordt afgewezen omdat het belang is komen te vervallen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen vast met toedeling van activa en passiva en veroordelingen tot betaling en medewerking.