Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: programma van eisen] (…) beschreven en getekende gebouw bevattende de hoofdfuncties Binnen- en buitenbad, Therapiebad, Feestzaal en Fastfood
Gerechtshof Amsterdam
Het geschil betreft de WOZ-waarde van een zwembad onderdeel van een combinatiegebouw, met als waardepeildatum 1 januari 2009. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, waarbij de vraag centraal stond of waardering op de lagere bedrijfswaarde mogelijk was. Belanghebbende voerde aan dat zij het zwembad met het uitsluitende doel winst te behalen exploiteert, ondanks de exploitatiebijdrage van het stadsdeel.
De rechtbank oordeelde dat de exploitatie niet uitsluitend commercieel is omdat het stadsdeel via exploitatievoorwaarden maatschappelijke doelstellingen nastreeft, en dat de exploitatie alleen kostendekkend is dankzij de jaarlijkse subsidie. Het hof bevestigt dit oordeel en verwijst naar het arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat waardering op bedrijfswaarde alleen passend is indien de exploitatie uitsluitend gericht is op winst.
Het hof benadrukt dat de exploitatieovereenkomst met het stadsdeel bindende voorwaarden bevat voor tariefstelling, openstelling en gebruik, die maatschappelijke functies waarborgen. De exploitatie is daardoor mede gericht op niet-commerciële doelen. De hypothetische mogelijkheid van een rendabele exploitatie zonder deze voorwaarden doet hieraan niet af. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van het zwembad wordt vastgesteld op de gecorrigeerde vervangingswaarde van € 9.012.500.