ECLI:NL:GHAMS:2015:5445
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- H.T. van der Meer
- M.A. Goslings
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over overgang van onderneming en geheimhoudingsbeding
In deze civiele zaak staat de overgang van onderneming centraal waarbij werknemers [appellant sub 2] en [appellant sub 3] niet ondubbelzinnig hebben geweigerd mee over te gaan naar de verkrijger Stas. De arbeidsovereenkomsten en geheimhoudingsbedingen tussen de werknemers en de oude vennootschap Stas oud zijn onderwerp van discussie. Het hof stelt vast dat Stas oud niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan en dat het beroep op het geheimhoudingsbeding jegens de werknemers onaanvaardbaar is.
Stas vordert onder meer een verklaring voor recht dat de werknemers het geheimhoudingsbeding hebben overtreden en dat Repa c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door klanten van Stas te benaderen met vertrouwelijke informatie. De rechtbank heeft dit eerder toegewezen, maar het hof oordeelt dat het klantenbestand geen bijzondere bedrijfsinformatie is en dat het benaderen van klanten binnen de markt niet onrechtmatig is.
De door Stas aangevoerde bewijzen over het doen van voordelige aanbiedingen op basis van vertrouwelijke prijsinformatie zijn onvoldoende overtuigend. Getuigenverklaringen ondersteunen niet dat er onrechtmatig gebruik is gemaakt van vertrouwelijke gegevens. Het hof concludeert dat de overtredingen gering zijn en niet stelselmatig het bedrijfsdebiet van Stas hebben geschaad.
Daarom vernietigt het hof het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van Stas af. Repa c.s. hebben geen belang bij toewijzing van hun reconventionele vorderingen. Stas wordt veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en hoger beroep, met compensatie van de proceskosten in reconventie.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Stas af en veroordeelt Stas in de proceskosten.