ECLI:NL:GHAMS:2015:524
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsverplichting na verduistering in dienstbetrekking door minderjarige
De zaak betreft een minderjarige werknemer die tijdens haar dienstverband bij Hema goederen ter waarde van circa €13.000,- heeft verduisterd. Na een intern onderzoek en confrontatie met camerabeelden heeft zij een verklaring ondertekend waarin zij schuld erkent en een betalingsregeling is overeengekomen. Vervolgens is zij op staande voet ontslagen en strafrechtelijk vervolgd.
In eerste aanleg heeft de kantonrechter de vordering van Hema tot betaling van het resterende bedrag toegewezen, waarbij de buitengerechtelijke kosten zijn gematigd. De werknemer betwist in hoger beroep de geldigheid van de verklaring en de betalingsregeling, stellende dat zij als minderjarige onder druk is gezet en dat haar moeder de rechtshandeling heeft vernietigd.
Het hof oordeelt dat de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat zij onder dwang handelde of dat de verklaring onjuist is. Evenmin is aannemelijk dat de moeder de overeenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd. De betalingsregeling is daarmee rechtsgeldig en de vordering van Hema blijft bestaan. Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat [appellante] tot betaling van het resterende bedrag aan Hema veroordeelt.