ECLI:NL:GHAMS:2015:5205
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R. Sturhoofd
- G.J. Driessen-Poortvliet
- H.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over laesio enormis bij verdeling voormalige echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1999 op huwelijkse voorwaarden gehuwd en hebben in 2011 hun huwelijk ontbonden. In het echtscheidingsconvenant is overeengekomen dat de voormalige echtelijke woning aan de man wordt toegedeeld tegen een waarde gebaseerd op de WOZ-waarde van €305.000,-, met een overbedeling van €68.000,- aan de vrouw.
De man stelde in eerste aanleg dat hij ten onrechte uitging van de WOZ-waarde en dat de marktwaarde hoger was, waardoor sprake zou zijn van laesio enormis en dwaling. Hij verzocht vernietiging van het convenant en vaststelling van de waarde per datum van feitelijke verdeling.
Het hof oordeelt dat de man beschikte over een taxatierapport met een hogere marktwaarde dan de WOZ-waarde en dat partijen in overleg met een mediator bewust de WOZ-waarde als uitgangspunt hebben genomen. Hierdoor is het rechtsvermoeden van dwaling ontzenuwd en is geen sprake van verschoonbare dwaling. Ook de redelijkheid en billijkheid bieden geen grond voor vernietiging.
De vorderingen van de man worden afgewezen. De vrouw krijgt gelijk in haar vordering tot medewerking aan de notariële levering van de woning aan de man binnen twee maanden, met een dwangsom van €250 per dag tot maximaal €25.000,-. De man wordt tevens veroordeeld tot betaling van €34.000,- aan de vrouw ter gelegenheid van de overdracht. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van de man af, bevestigt de WOZ-waarde als uitgangspunt en veroordeelt de man tot medewerking aan de notariële levering met een dwangsom.