Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
STICHTING STUDIEFINANCIERING CURAÇAO,
Gerechtshof Amsterdam
De Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) vorderde van [geïntimeerde] terugbetaling van een studielening van €4.335,57 plus contractuele rente van 10% vanaf 2001 en incassokosten. De kantonrechter oordeelde dat de hoofdsom niet was verjaard en veroordeelde [geïntimeerde] tot betaling van de hoofdsom, de rente vanaf 12 juli 2010 en incassokosten.
SSC ging in hoger beroep tegen de beperking van de rentevordering tot na 2010. Het hof onderzocht de communicatie tussen partijen, waarbij een telefoongesprek in 2002 leidde tot een vraag van [geïntimeerde] die pas in 2010 schriftelijk werd beantwoord. Het hof vond de lange periode tussen vraag en antwoord onaanvaardbaar en oordeelde dat rentevordering vanaf 2001 niet redelijk was.
SSC kon niet aantonen dat een brief uit 2003 [geïntimeerde] had bereikt, waardoor het hof ervan uitging dat de vraag onbeantwoord bleef tot 2010. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde SSC in de proceskosten van hoger beroep.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige communicatie en redelijkheid en billijkheid bij het toekennen van rente over studieleningen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarbij de hoofdsom wordt toegewezen en de contractuele rente slechts vanaf 12 juli 2010 wordt toegekend.