ECLI:NL:GHAMS:2015:4942
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- R.G. Kemmers
- A.R. van Wieren
- Rechtspraak.nl
Opschorting omgang en vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing wegens schending hoor en wederhoor
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de schriftelijke aanwijzing van JBRA handhaafde waarin de omgang tussen haar en haar minderjarige kind werd opgeschort. De minderjarige verblijft sinds 2012 in een netwerkpleeggezin vanwege blootstelling aan huiselijk geweld en is onder toezicht gesteld.
Het hof oordeelt dat de schriftelijke aanwijzing van 5 januari 2015 onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen omdat de moeder niet adequaat is betrokken bij het voornemen tot opschorting van de omgang, waardoor het besluit in strijd is met de vereisten van hoor en wederhoor. Daarom wordt deze aanwijzing vervallen verklaard.
Vervolgens beoordeelt het hof op grond van artikel 1:265f lid 2 BW of omgang in het belang van de minderjarige wenselijk is. Gelet op de traumabehandeling die de minderjarige ondergaat, zijn de moeizame familieverhoudingen, het loyaliteitsconflict en de hevige weerstand van het kind tegen contact met de moeder, is omgang op dit moment niet in het belang van de minderjarige.
Het hof wijst het verzoek van de moeder om een omgangsregeling vast te stellen af, maar benadrukt dat JBRA de mogelijkheden tot contactherstel moet blijven onderzoeken. De moeder kan zelf het initiatief nemen voor contact, bijvoorbeeld door het sturen van kaartjes. De beschikking wordt vernietigd voor zover de schriftelijke aanwijzing niet vervallen werd verklaard en in zoverre opnieuw beslist.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing wordt vervallen verklaard en het verzoek tot vaststelling van omgang wordt afgewezen.