ECLI:NL:GHAMS:2015:494
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtsgeldigheid compromis WOZ-waardering en verklaart hoger beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de WOZ-waardering van meerdere onroerende zaken te [Z]. Tijdens een eerdere zitting op 26 maart 2014 werd een compromis bereikt tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar, waarbij de WOZ-waarden voor de jaren 2010, 2011 en 2012 werden vastgesteld en belanghebbende zijn hoger beroepen introk.
Belanghebbende voerde aan dat het compromis niet rechtsgeldig was vanwege dwaling, omdat hij zich ter zitting overrompeld voelde en niet de gelegenheid kreeg de consequenties te overdenken. Ook stelde hij dat sprake was van geestelijk overwicht en dat de afspraken nietig moesten worden verklaard. De heffingsambtenaar betoogde dat het compromis gebruikelijk is en dat belanghebbende werd bijgestaan door een advocaat, waardoor het beroep op dwaling faalt.
Het Hof oordeelde dat de stellingen van belanghebbende onvoldoende feiten bevatten om dwaling aan te nemen. De mentale gesteldheid van de gemachtigde en de aanwezigheid van een advocaat maakten het ongeloofwaardig dat het compromis niet begrepen werd. Ook was geen sprake van dwang, bedrog of misbruik van omstandigheden. Het Hof concludeerde dat het compromis rechtsgeldig is en dat belanghebbende gehouden is aan de intrekking van het hoger beroep.
Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen kosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 23 januari 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldig compromis over de WOZ-waardering.