Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben een minderjarige zoon die bij de vrouw woont. De man droeg zijn onderneming over aan zijn meerderjarige zoon en ging in loondienst met een laag salaris. De vrouw vorderde een hogere kinderbijdrage dan door de rechtbank was vastgesteld.
Het hof beoordeelde de behoefte van het kind en de draagkracht van de man. Het oordeel was dat de man zijn onderhoudsverplichting niet mag ontlopen door een lage loonbetaling na overdracht van zijn onderneming binnen de familie. Het hof baseerde de draagkracht op het gemiddelde resultaat van de onderneming in 2011 en 2012.
De kinderbijdrage werd vastgesteld op €623 per maand voor de periode april tot december 2014 en €538 per maand vanaf januari 2015. Het hof verwierp het verweer van de man dat de overdracht en schuldovername door zijn zoon tot een lagere draagkracht leiden. De vrouw werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De man moet een kinderbijdrage betalen van €623 per maand in 2014 en €538 per maand vanaf 2015.