Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.Verder heeft de kamer bepaald dat een volgende klacht door of namens klager ingediend in verband met hetzelfde feitencomplex, niet in behandeling wordt genomen.
Gerechtshof Amsterdam
Klager heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder wegens het sturen van aanmaningsbrieven namens OHRA, ondanks toezeggingen dat openstaande vorderingen zouden worden voldaan na opheffing van beslag. De kamer voor gerechtsdeurwaarders had klager niet-ontvankelijk verklaard en een volgende klacht over hetzelfde feitencomplex uitgesloten.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het strafrechtelijke ne bis in idem-beginsel ook geldt binnen het gerechtsdeurwaardersrecht, waardoor klager niet-ontvankelijk is voor het onderdeel derdenverklaring dat reeds onherroepelijk is beslist. Voor de overige klachten over aanmaningen en garanties gaat het hof inhoudelijk in op de zaak.
Het hof stelt vast dat de gerechtsdeurwaarder niet betrokken was bij het beslag en daarom niet verwijtbaar is dat aanmaningen werden verzonden. Ook is onvoldoende aannemelijk dat schriftelijke garanties zijn gegeven over opheffing van beslag en betekening van bankpassen. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard, en de kamerbeslissing vernietigd.
Het hof benadrukt dat de kamer niet vrij is om klachten over hetzelfde feitencomplex zonder wettelijke grondslag buiten behandeling te laten. De beslissing is openbaar uitgesproken op 17 november 2015.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard voor derdenverklaring en de rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.