ECLI:NL:GHAMS:2015:4656
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.E. Molenaar
- J.C.W. Rang
- M.J. Schaepman - de Bruijne
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huurovereenkomst na overlijden partner zonder duurzame gemeenschappelijke huishouding
In deze zaak vordert appellant voortzetting van de huurovereenkomst van een woning na het overlijden van zijn partner, huurder van de woning. De kantonrechter wees deze vordering af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij ten tijde van het overlijden zijn hoofdverblijf in de woning had en geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde.
Appellant voerde aan dat hij een langdurige affectieve relatie had met de overleden huurder en dat zij samen de huishouding deelden, ondanks dat hij niet op het adres was ingeschreven vanwege ziekte van de huurder. Hij overlegde verklaringen van omwonenden en een kennis ter ondersteuning.
Het hof oordeelde echter dat de relatie een knipperlichtrelatie was met onderbrekingen en dat appellant niet beschikte over een sleutel, wat wijst op geen duurzaam samenwonen. De periode van samenwonen vlak voor het overlijden was te kort en niet duurzaam. Daarom werd het bestreden vonnis bekrachtigd en appellant veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst af wegens ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.