ECLI:NL:GHAMS:2015:4139
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslagrecht na verkoop panden en onjuiste betekening beslag
In deze zaak stond centraal of het conservatoir beslag dat [X] Beheer op tien panden had gelegd, moest worden opgeheven of doorgehaald omdat de panden op 11 juli 2014 waren verkocht en de koopovereenkomst was ingeschreven in de openbare registers op grond van artikel 7:3 BW Pro. [appellante] stelde dat de koper in de koopovereenkomst onjuist was vermeld en dat via een ingeschreven allonge op 19 september 2014 de koper moest worden gecorrigeerd.
Het hof oordeelde dat een rectificatie in de openbare registers geen terugwerkende kracht kan hebben en dat de bescherming van artikel 7:3 BW Pro alleen geldt voor de koper die op het moment van beslag in de registers is ingeschreven. De vermeende fout in de koopovereenkomst was ingrijpend en leidde tot onduidelijkheid over wie de koper was, waardoor het beroep op artikel 7:3 BW Pro niet slaagde.
Daarnaast werd geoordeeld dat de andere panden waarop beslag lag onvoldoende zekerheid boden en dat de belangenafweging ten aanzien van panden die aan derden waren doorverkocht geen aanleiding gaf tot opheffing van het beslag. De grieven van [appellante] werden verworpen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd. [appellante] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot opheffing van het beslag af.