Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager heeft bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders een klacht ingediend tegen meerdere toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de kamer wees deze klacht bij beschikking van 24 augustus 2012 af als kennelijk ongegrond. Klager stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze beschikking bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof stelde vast dat op grond van artikel 39 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen de afwijzing van een klacht door de voorzitter van de kamer alleen verzet mogelijk is binnen veertien dagen na verzending van de kennisgeving. Tegen deze beschikking staat geen ander rechtsmiddel open.
Omdat klager hoger beroep had ingesteld in plaats van verzet, oordeelde het hof dat klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. De zaak werd behandeld op 4 september 2015, waarbij geen van de partijen aanwezig was. Het hof verklaarde het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk en sprak dit uit op 6 oktober 2015.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn klacht.